
De staat van de tonnen zegt iets over de druk op het ecosysteem, nuttige context voor een collega die milieugevaren volgt.

Waarom zoeken wetenschappers naar tonnen radioactief afval op de zeebodem? Verhaallijn en kernfeiten
In 2025 lanceerden Franse wetenschappers de NODSSUM-missie om honderden tonnen radioactief afval te lokaliseren op de zeebodem van de Noordoost-Atlantische Oceaan. Onder leiding van het CNRS en Ifremer werd een autonome robot, UlyX, ingezet om 165 km² van de diepzeebodem te scannen op een diepte van 3.000 tot 5.000 meter. Het afval, afkomstig uit laboratoria en nucleaire processen, werd in de twintigste eeuw geregeld of illegaal geloosd en ligt sindsdien in de duistere dieptes.
De robot vond duizenden vaten in verschillende stadia van corrosie. Om te bepalen of radioactieve stoffen al in het mariene ecosysteem zijn doorgedrongen, verzamelde het team meer dan 300 monsters van sediment, water en diepzeevis. Een grote uitdaging is het onderscheid tussen straling uit de vaten en historische achtergrondstraling van kernproeven, Tsjernobyl en gecontroleerde lozingen.
In de tweede fase van het onderzoek wordt de bemande duikboot Nautile ingezet om gerichte monsters te nemen naast de vaten. Doel is om de verspreiding van radioactieve stoffen in het diepe oceaanecosysteem nauwkeurig in kaart te brengen. De bevindingen zijn cruciaal voor het beoordelen van langdurige milieurisico’s en mogelijke impact op de voedselketen.
Feiten
- In 2025 startte de NODSSUM-missie onder leiding van CNRS en Ifremer om radioactief afval op de zeebodem te lokaliseren.
- De robot UlyX scant 165 km² op 3.000–5.000 meter diepte en vond duizenden vaten met laag- en middelradioactief afval.
- Onderzoekers namen meer dan 300 monsters van sediment en diepzeevis om vervuiling te meten.
- Historische straling van kernproeven en Tsjernobyl bemoeilijkt het onderscheid met lekkage uit de vaten.
- In fase twee wordt de Nautile-duikboot ingezet voor gerichte monstername naast de vaten.
Visuele nieuwsuitleg van Canto. AI-tools kunnen helpen bij de productie. Redactioneel beleid





